Aanleiding tot het opstellen van het nieuwe Werkplan, met private status,
is de wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en enige andere wetten in 2006. Daarmee is een nieuwe stijl in de Arbo-wet en regelgeving ingevoerd. De oude publieke middelenvoorschriften komen hiermee te vervallen. Voor de invoering is een overgangsperiode vastgesteld.
Werkgevers en werknemers krijgen meer verantwoordelijkheid voor het arbobeleid. De overheid stelt doelvoorschriften vast. Dit is het niveau van bescherming dat bedrijven moeten bieden aan de werknemers, zodat ze gezond en veilig kunnen werken. Deze doelvoorschriften worden zoveel als mogelijk beschreven in de Arbowet, het Arbobesluit en de Arboregeling. Daarna is het aan de werknemers en werkgevers om te bepalen op welke manier zij invulling geven aan deze doelvoorschriften.
De werkgever voert overleg over zaken die het arbeidsomstandighedenbeleid van de onderneming aangaan met de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging. Het opstellen van middelenvoorschriften wordt niet meer als een taak van de overheid gezien. Volgens artikel 3 van de herziene Arbowet van 2006, moeten werkgevers in samenwerking met Sociale Partners nu zelf private middelenvoorschriften opstellen voor werkzaamheden waaraan risico's zijn verbonden. Hieronder valt ook het veilig werken met AC- leidingen. De oude publieke middelenvoorschriften (Werkplan, Werkwijzer en Voorlichtingsbrochure en Opleidingsplan) volgens de Arbowet van 1998 en het in 1997 in werking getreden Arbeidsomstandighedenbesluit met de Uitvoeringsbepalingen Arbeidsomstandighedenwet en enige andere wetten komen hierdoor te vervallen.
Lees hier alles over achtergronden, wet en regelgeving en het het ontstaan daarvan.
